Kruidengeneeskunde.

Sinds mensenheugenis wordt er gebruik gemaakt van de geneeskrachtige werking van kruiden. De kruidengeneeskunde is dan ook al zo oud als de wereld zelf. Toen de mensen nog in de natuur leefden en hun instinct volgden, zoals dieren, grepen zij vanzelf naar het kruid, dat zij nodig hadden. 

Vóór onze huidige jaartelling, in het tijdperk van de druïden, leefden in West-Europa al wijze vrouwen (Heksen) die jonge meisjes opleidden vanaf hun zevende jaar in een kunde, die wij nu kennen als kosmobiologie. Deze kennis was veel omvattend: van de sterrenhemel, van de werking daarvan op aarde, de kennis van mineralen en planten, maar ook over het lichaam, de ziel en het universum. Zij leerden de mensen, hun kruiden op het juiste moment te verzamelen en te gebruiken om zo ziekte te voorkomen of zo nodig te genezen. Zo ontstonden de tradities, die overgingen van moeder op dochter. 

De Christelijke kerk maakte zich meester van de kennis en de samenhang werd vervangen door een dualistische leer van god en de duivel. De wijze vrouwen werden vervolgd en op de brandstapel ter dood gebracht. De oude gebruiken en rituelen werden omgebogen tot kerkelijke feesten. Van toen af werd het volk geleerd, dat de voedingsgewassen, die de mens voor zichzelf verbouwt, van God afkomstig waren en het vanzelf opkomende onkruid  van de duivel was. Zo verloor de mens in Europa de kijk op het gebruik van kruiden. De geneeskunde, onderwezen aan de universiteiten, zette een aantal tradities voort. De "werkzame stof" uit kruiden werd gewonnen en daar werden medicijnen van gemaakt. De harmonie van het totaal van het kruid werd hiermee teniet gedaan, waardoor allerlei bijwerkingen ontstonden. Deze methode wordt nog steeds toegepast.

De kruidengeneeskunde of fytotherapie is nu haar derde fase in gegaan: men krijgt steeds weer meer het besef dat het gebruik van kruiden een goed alternatief kan zijn. We gaan weer terug naar de natuur.

Bijgeloof is een geloof in iets dat men niet meer begrijpt:           In de oeroude tijd hing men een bos kruiden, op een voorgeschreven tijdstip geplukt, in huis op, tot behoud van de harmonie.                                                                               In de vroege middeleeuwen liet de kerk dat gebruik nog wel toe, maar alleen nadat ze op het altaar in de kerk waren gewijd.         In  het materialistische tijdperk, nauwelijks achter ons, werd het hele gebruik bespot als bijgeloof.                                               Nu zegt een arts, die wat van de kruiden af weet, neem dat maar in, dat is goed. (bijv. cranberry's bij blaasontsteking).                 Kastanjes in de zak dragen tegen reuma heette bijgeloof, maar de ervaring bewees de werking. Nu weet men, dat deze vruchten sterk elektrisch geladen zijn en dat deze uitstraling alleen al de zenuwen sterkt.

Ik zeg:                                                                               het is pas onkruid als je niet weet wat je er mee moet.  

Beterschap.

Korte geschiedenis van de geneeskunde:

1000 v. Chr. - 'Hier, eet deze wortel maar op.'

1250 - 'Die wortel is heidens; zeg liever dit gebed op.'

1850 - 'Dat gebed is bijgeloof; neem dit drankje.'

1950 - 'Dit drankje is slangenolie; slik liever deze pil.'

2008 - 'Dat antibioticum is kunstmatig; Hier, eet deze wortel                  maar op.'